Archief

Opening van het Festival

Muzikaal Sint-Petersburg van Catharina de Grote

In haar verlangen naar verlichting zag de Russische tsarina Catharina de Grote zichzelf graag omringd door de beste Europese musici van haar tijd. Het meest illustere gezelschap was ongetwijfeld de groep van de Italiaanse musici. Baldassare Galuppi, Giuseppe Sarti, Vincenzo Manfredini, Giovanni Paisiello, Domenico Cimarosa componeerden de opera’s, cantates, kerk- en kamermuziekwerken die bijna dagelijks aan het hof van Catharina de Grote klonken. Uit Bohemen kwam Ivan Pratch (Jan Bohumir Práč), uit Duitsland - Anton Ferdinand Titz. Beide musici waren begaafde instrumentalisten en componisten en bleven tot het eind van hun leven in Sint-Petersburg. De Russische muziek was vertegenwoordigd door onder anderen Dmitri Bortnjanski en Osip Kozlovski. Bortnjanski is in Nederland vooral bekend als componist van geestelijke koorwerken. Tot zijn werkopdrachten behoorden echter ook de opera’s die de tsarina graag in haar theaters liet opvoeren. De op folklore geïnspireerde liederen van Osip Kozlovski herinnerden de vorstin aan de boeren van haar steeds groeiende Russische rijk, die ze, zoals een verlichte heerseres betaamt, van tijd tot tijd een warm hart toedroeg (tekst Olga de Kort).

Dmitry Sinkovsky, viool

Elena Davidova, viool

Katja Katanova, altviool

Dmitry Sokolov, cello

Jed Wentz, fluit

Anna Azernikova, sopraan

Olga Pashchenko, klavecimbel

 

Baldassare Galuppi (1706 – 1785)   Sinfonia in G (“L’Eroe Cinese”)

Giuseppe Sarti (1729 – 1802)           Sonate voor fluit en klavecimbel

Osip Kozlovski (1757 – 1831)            Het gouden Bijtje voor sopraan en klavecimbel

                                                            Ga ik naar een donker bosje voor sopraan en klavecimbel

Giuseppe Sarti (1729-1802)                Aria Adorata mia speranza

Ivan Pratch (1750 – 1819)                  Fandango voor klavecimbel solo

Anton Ferdinand Titz (1742 – 1811)   Strijkkwartet in d

 

Pauze

 

Giovanni Paisiello (1740 – 1816)        Kwartet voor fluit, viool, altviool en cello

Francesco Araia (1709-1770)              Aria Oh, rustgevende slaap uit de opera Cefal en Procris

Vassili Pasjkevitsj.(1740-1797)            Aria van de Tsarina uit de opera Fevey

Giovanni Verocai (ca. 1700 – 1745)    Sonate in d voor viool en basso continuo, op. 1/12

Vincenzo Manfredini (1737 – 1799)     Concerto in Bes voor strijkers en klavecimbel